Nieuwsbrief

| Webdesign & hosting: |
Juglans cinerea ´Beckwith´ |
||
|
| ||
|
Een variëteit van de bekende boternoot, ook wel de grijze walnoot genoemd. De grijze walnoot is inheems in Zuid-Canada en midden- en oostelijke USA. Het is een forse boom van 18-20 m. hoog. De kroon is breed, open en onregelmatig op een korte, zware stam. De onderste takken hebben algauw de neiging om naar onderen te hangen. De bladeren hebben een ondiepe, wijd- gezaagde bladrand, donkergroen van kleur. De vruchten hangen in trossen van 3-5 noten bij elkaar, de noot is ovaal en ong. 4-6 cm. lang. De schaal is dik, onregelmatig en heeft een scherpgepunte oppervlakte. De schaal is door zijn dikte nogal moeilijk te kraken in 2 gesplitste helften. Uit de noten wordt een zoete stroop gewonnen, vandaar de naam ‘boternoot’, hoewel anderen zeggen dat die naam afkomstig is van de kleur van het woud waarin ze groeien. ‘Beckwith’ vindt zijn oorsprong in Ohio. Het kernpercentage van de noot beslaat 14,09 % van de hele noot. Dit is één van de meest winterharde notensoorten die er zijn. Het is een vrij grote noot. De ´Beckwith´ is een zelfbestuiver. |
||



